Zwarte beschermhoes (2)

Plantagard (3)

Biowit (4)

Nieuwe aanplant mét bescherming bij de demosite van boswachterij Hardenberg

– In het voorjaar van 2026 hebben Lennart Baas en zijn collega’s van team IJsselvallei en Vechtdal (Staatbosbeheer) aardig wat nieuwe klimaatslimme soorten aangeplant in dit LIFE Climate Forest demobos.

Dit is de lijst van aangeplante soorten:

  • Castanea sativa – Tamme Kastanje
  • Pinus pinaster – Zeeden
  • Qeurcus petraea – Wintereik
  • Carpinus betulus – Haagbeuk
  • Taxus baccata – Taxus
  • Tilia cordata – Winterlinde
  • Salix caprea – Boswilg
  • Thuja plicata – Thuja
  • Tilia tomentosa – Zilverlinde
  • Corylus colurna – Boomhazelaar
  • Abies cephalonica – Griekse Zilverspar
  • Pinus ponderosa – Gele den
  • Quercus pubescens – Donzige eik
  • Sorbus torminalis – Elsbes
  • Fagus orientalis – Oosterse beuk
  • Ostrya carpinifolia – Europese hopbeuk
  • Cedrus atlantica – Atlasceder

De nieuwe, jonge bomen zijn ook voorzien van de nodige bescherming tegen wild. In Hardenberg is daarbij gewerkt met verschillende soorten bescherming om in de praktijk te kunnen testen welke beschermingen welke resultaten laten zien.

Groepsbescherming:

  • Gazen rasters, die later nog herbruikbaar zijn.
  • Houten hekwerken van onbehandeld hout (foto hierboven).

Individuele boombescherming:

  • Zwarte boombeschermhoes van kunststof, geplaatst met 1 stok (foto 2 hiernaast).
  • Groen kunststof gaas (Plantagard), geplaatst met 2 stokken (foto 3 hiernaast).
  • Biologisch afbreekbare Treeshelter (Greensecure ), witte kokers aan houten stok.
  • Biologisch compostbeerbare Biowit classic (foto 4 hiernaast).
  • Houten kokers bij elkaar gebonden met jute touw, biologisch afbreekbaar (foto hieronder).

Tupoleum prikstok met geur

Tussen de jonge aanplant zijn ook nog prikstokken van Tupoleum geplaatst. Deze stokken verspreiden een onaangename geur voor het wild. De basisstof bestaat uit oliën, geurstoffen, gedestilleerd water en vloeibare zeep. Het hoge aandeel van de olieachtige substantie geeft een zeer langdurige verdamping van de werkzame geurstoffen en dat betekent een lange periode van effectiviteit. Deze buitengewoon onaangename en doordringende geur is, volledig onschadelijk voor de gezondheid en niet gevaarlijk voor de bodem en het grondwater (water-gevarenklasse WGK 1).