Demobos Beegder- en Hornerheide
De Beegder- en Hornerheide is een bosgebied in Limburg met een hoge recreatieve druk, gelegen in de gemeenten Maasgouw en Leudal, tussen de woonkernen Baexam, Heel, Beegden, Horn en Grathem. Dit bos- en natuurgebied ligt op de overgang van het Maasdal naar de hoger gelegen zandgronden aan de westzijde van de Maas. De N273 en N280 doorkruisen het gebied. Het beslaat ongeveer 450 hectare en kent een grote landschappelijke afwisseling. Het gebied varieert van dennenbossen op stuifzand tot droge en vochtige heideterreinen met verspreide vennetjes. Aan de noordzijde van het plangebied liggen graslanden langs de Haelense Beek.
De demosite binnen de Beegder- en Hornerheide bestaat uit 49 ha verdeeld over 3 eigenaren:
- Gemeente Maasgouw;
- Kasteel Horn;
- en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML).
Om de veerkracht van het bosgebied te vergroten in het licht van klimaatverandering, worden binnen het LIFE Climate Forest-project diverse gerichte maatregelen genomen. Deze zijn gericht op het verbeteren van de bosstructuur, het verhogen van de soortendiversiteit en het behoud van het lokale bosklimaat. Een structuurrijk bos met een gevarieerde menging van boom- en struiksoorten vormt immers de basis voor een stabiel, biodivers en klimaatbestendig ecosysteem.
Vragen over dit voorbeeldbos?
Heeft u vragen over het beheer van of een bezoek aan deze demosite? Dan kunt u contact opnemen met Lisa Raats: l.raats@bosgroepen.nl.


Maatregelen
Tijdens het project wordt samengewerkt tussen de verschillende boseigenaren. Deze eigenaren hebben elk een eigen visie op de toekomst van hun bos en de maatregelen die daarbij passen. Met drie aparte categorieën wordt hier invulling aan gegeven. Binnen alle maatregelen staan het bevorderen van een gemengde bosopbouw, variatie in leeftijdsklassen en gelaagdheid centraal. Ook wordt gestreefd naar het behoud en herstel van het bosklimaat, een essentiële factor.
Tijdens het bostracken is met volgende zaken rekening gehouden:
1. Klimaatslim natuurbos
Beheer van natuurbos is vaak gericht op het behouden en versterken van biodiversiteit binnen de kaders van een natuurlijke referentie. Het vergroten van veerkracht is hierbij meestal geen expliciet doel. Maar natuurbossen worden blootgesteld aan dezelfde risico’s als multifunctionele bossen en hebben ook die veerkracht nodig om hun functioneren zo goed mogelijk te verzekeren.
Deze categorie is gericht op het versterken van veerkracht van natuurbos, waarbij enkel gebruik gemaakt wordt van inheemse boomsoorten. In afwijking van ‘regulier’ natuurbosbeheer wordt intensiever en actief gewerkt aan het versterken van structuur, menging en het verhogen van het aandeel vitale bomen. Houtoogst staat in principe steeds in functie van het verhogen van biodiversiteit en blijft daarmee beperkt tot maatregelen waarbij afvoeren van hout de uitvoering vereenvoudigd of opvolgmaatregelen ten goede komt. Het achterlaten van omgezaagd hout en ringen van bomen zal hier dus vaker toegepast worden.
2. Europees klimaatslim
Deze categorie is een multifunctioneel beheertype. In tegenstelling tot klimaatslim natuurbos wordt hier wel gestuurd op een duurzame productiefunctie en ecosysteemdienstvervulling in de volle breedte. Ook biodiversiteit hoort daar natuurlijk bij. De soortenpool wordt uitgebreid met Europees inheemse soorten. Daarbij wordt het concept assisted migration toegepast, hierbij worden soorten die in theorie uit zichzelf -op lange termijn- de regio kunnen bereiken letterlijk geholpen sneller te migreren door die aan te planten. Omdat daarmee de soortenpool wordt beperkt tot Europa, is de kans groot dat flora en fauna die van nieuwe boomsoorten kunnen profiteren al aanwezig zijn, of mogelijk later zelf hiernaartoe migreren. Al ingeburgerde Europese boomsoorten maken ook onderdeel uit van de soortenpool en worden als inheemse boomsoorten behandeld.
Het dunningsgewijs versterken van de bosstructuur en soortenmenging is de basis van de strategie, waarbij sterker in de bossamenstelling gestuurd zal worden om de brede functievervulling te bedienen. Waar goede aanknopingspunten voor het verbeteren van die parameters ontbreken wordt mogelijk bijgeplant met inheemse of Europees inheemse soorten. Toekomstbomen worden niet enkel geselecteerd vanwege hun bijdrage aan de biodiversiteit, maar andere kenmerken die bijdragen aan bijvoorbeeld houtkwaliteit of bosbeleving tellen ook mee. Houtoogst is naast diversiteit en beleving één van de doelstellingen.
3. Klimaatslim plus
Deze categorie sluit aan bij Europees klimaatslim, maar verbreedt de selectie van boomsoorten met geschikte boomsoorten van buiten Europa. Daarmee zijn in deze categorie alle ingeburgerde soorten onderdeel van de soortenpool en worden ook douglas, Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers behandeld als normale boomsoorten. Daarnaast wordt geëxperimenteerd met een breed pallet nieuwe boomsoorten waarvan een deel ook van buiten Europa komt. Ook hier is de basis de dunningsgewijze sturing in de bossamenstelling en is aanplant slechts een puntsgewijs verrijkende maatregel. Specifiek dit beheertype levert een hoge bijdrage aan de kennisontwikkeling rond de respons van boomsoorten op klimaatverandering.

Op de kaart hierboven zijn de eigendommen van Kasteel Horn rechts onderaan aangeduid als ‘Klimaatslim Plus-maatregel’. Hier zullen we geen soorten aanplanten die van buiten Europa afkomstig zijn. De aanduiding is gekozen omdat de Amerikaanse eik daar dominant aanwezig is, ook in een aantal grote laanbomen, die we niet willen verwijderen. In een Europees klimaatslim scenario zou dit echter wel het geval zijn.
